Sint Jorisstraat 22 te 's-Hertogenbosch

Toekomst voor het verleden

Wie nu het huis St Jorisstraat 22 binnenstapt wordt haast verblind door de bouwlampen. Dit rijksmonument wordt, in nauw overleg met dienst Erfgoed van de gemeente ’s-Hertogenbosch, momenteel gerestaureerd door Bouwbedrijf Van den Bouwhuijsen.

Restauratie vanaf het fundament: de vloeren

De restauratie zal in diverse fases worden uitgevoerd. Projectleider Restauratie Martijn van Doesburg licht toe: “De eerste fase richt zich vooral op de constructieve delen van de woning. Zo is het herstel van de vloeren op de eerste en de tweede verdieping ingrijpend. Na grondig onderzoek bleken namelijk de moer- en kinderbinten van de balklagen flink aangetast door de tand des tijds. Aansluitend worden de kinderbinten vernieuwd waarbij een aantal zelfs compleet worden vervangen. Andere onderdelen worden voorzien van nieuwe wapeningsstaven. Door het aanbrengen van 2-componenten epoxy giethars en de staven worden de balken hersteld en tevens constructief versterkt.”

Tijdscapsule

Een bezoek aan dit bijzondere huis, net voor aanvang van de restauratie, is een stap terug in de tijd. De kamers waren juist heel schaars verlicht, het stond bomvol met oud meubilair en overal hingen schilderijen. Het was een ware tijdscapsule.

Boven in het huis bevindt zich het atelier van de Bossche kunstschilder, restaurateur, kopiist en fotograaf Arnold van de Laar die leefde van 1886 tot 1974. Hij huurde het huis vanaf 1936 en woonde er met zijn vrouw Truus, en hun kinderen Dora, Arnold, Truus en Gerda. Naast de kunstschilder hebben er nog meer bekende Bosschenaren in het huis gewoond, daarover straks meer.

Het atelier was intact, het was net of de kunstenaar zo weer binnen zou kunnen stappen. Alles was in dit huis in situ gebleven door de omstandigheid dat Michel zijn tantes nooit getrouwd waren en als het ware thuis zijn blijven wonen.

Arnold was de grootvader van de huidige eigenaar Michel van de Laar (ook restaurator van schilderijen) die er samen met zijn vrouw Claudia wil gaan wonen. Hij kocht het huis in 1999 van zijn tantes die het in 1967 kochten van de toenmalige eigenaar, de firma F.H. Lathouwers Automobielbedrijf NV.

Als een kunstenaarsatelier in Parijs en Londen

“Het mooie is dat het atelier na de werkzaamheden weer precies zo wordt ingericht. Het moet een magische plek worden die je doet denken aan een bezoek van een atelier van een kunstenaar zoals je die in Parijs en Londen ook nog hebt. Maar om het huis bewoonbaar te maken moet er veel gebeuren. Er was in het huis geen centrale verwarming, geen moderne badkamer en de historische plafonds, marmeringen en houtimitaties op deuren waren toe aan restauratie” licht Michel toe.

Er zijn in het huis ook souvenirs aan vorige bewoners. Dit middeleeuwse huis is ergens in het midden van de 19de eeuw totaal gefacelift, en is het dak opgetrokken. “Naar die laag willen we terug” zegt Michel en wijst op de bovenlichten boven de deuren met geornamenteerde beglazing. “Die verbouwing werd waarschijnlijk uitgevoerd door de Bossche notaris Jan de Bergh (1763-1834). Het plan van de eerste verdieping wijst daar nog op. Vanuit twee ontvangstkamers kon je via een kleine doorgang onder de trap naar de opkamer boven de kelder. Dat zal het kantoor zijn geweest met grote muurkasten voor een archief en een ventilatieschacht naar buiten voor de sigarenrook.”

Markante sporen van Bossche families

Op de bovenste verdieping is op de deur van een kast waarin de 19de eeuwse zonneschermen nog aanwezig zijn een geschilderd jongensportretje te zien. Het is waarschijnlijk van de hand van de jonge Petrus Marinus Slager (1841-1912) die hier als kind woonde. Zijn vader had in het huis een zgn. remplacantenkantoor, “Assurantiekantoor der Nationale Militie”, waar men zich kon verzekeren tegen militaire dienst.

Op de deurstijl van een kamer op de eerste verdieping bevinden zich twee spijkertjes en een afdruk in het schilderwerk. Het is van een Mezouza, een klein thorarolletje dat Joodse mensen op de deurstijlen van belangrijke vertrekken aanbrengen. Dat is een souvenir van de familie De Vries die het huis in 1935 voor een jaar huurde toen de synagoge aan de Mortel werd verbouwd. Isaac de vries was eerste voorzanger en koster van de synagoge en kreeg een nieuwe woning naast de gebedsruimte. Michel vond in het Stadsarchief dat Isaac en zijn vrouw Leentje Kater en hun dochters Jo, Mathilda, Sara en Judith allemaal zijn vermoord in 1944. Alleen hun dochters Betje en Marie overleefden de oorlog en overleden op hoge leeftijd in Israel.

Geboortehuis Jan van der Eerden

De atelierkamer was ooit een slaapkamer en daar is de beroemde Bossche architect Jan van der Eerden (1926-2014) geboren. Aan hem hebben we in Den Bosch zo veel te danken. Met zijn politieke partij “Beter Bestuur” heeft hij samen met Mr Hein Bergé de stad gered van een waanzinnig sloop en verkeersplan.

Michel heeft van der Eerde nog een aantal keren ontvangen. “Hij maakte dan foto’s van plekjes in het huis die hem terugbrachten naar zijn oudste herinneringen. Bijvoorbeeld van het kleine raampje tussen de badkamer en een alkoof”.

Ook aan het atelier is een alkoof, een kamertje zonder daglicht en overal zijn er nog de originele muurkasten uit de 19de eeuw. “Die kasten zijn als het ware blind, bekleed met hetzelfde behang of plaatwerk van de rest van het vertrek” vertelt Michel. “Op advies van Interieurontwerpster Gaby Gatacre houden we die in stand. Je komt een kamer binnen, en opeens trekt iemand de muur open en je ziet boeken of drankflessen. Ze zijn echt een asset en heel zeldzaam, meestal zijn ze allang weggesloopt.”

Ongenode bewoners

Verborgen onder soms dubbele vloeren vonden de door Van den Bouwhuijsen in de arm genomen specialisten helaas ook resten van nog andere, vooralsnog onbekende, bewoners van het pand. De bonte knaagkever en houtworm hebben huisgehouden in de balklagen van de verdiepingen. En waar de balken in de muren rusten zijn ze door oude lekkages vaak aangetast door bruinrot. Een grote tegenvaller maar ook een teken van de doortastendheid van Van den Bouwhuijsen.